Opbouw en materiaal
Een zool kan zowel invloed hebben op de manier waarop je staat als op de manier waarop je beweegt. Meestal is dat een combinatie van beide. Een zool is opgebouwd uit verschillende verhogingen – elementen – die op basis van de driedimensionale voetscan op maat worden gemaakt.
Hoogte, vorm en plaats van deze elementen hangt af van de gegevens die uit het onderzoek zijn verkregen. Dit geldt ook voor de materiaalkeuze. Voor de afwerklaag, het gedeelte dat tegen de voet aan komt, bestaan verschillende keuzemogelijkheden (leer, kunststof e.d.)
Er zijn 4 verschillende soorten zolen. Een overzicht.
Corrigerend
Met podotherapeutische zolen proberen wij afzonderlijke botten in de voet juist actief rechter te zetten. En om de spieren ertoe aan te zetten om dit zelf over te nemen. Eventueel ondersteund met oefeningen. Dit zijn corrigerende zolen.
Consoliderend
In sommige gevallen is het niet mogelijk dat de voet zelf actief een bepaalde positie inneemt. In dat geval wordt passief een verhoging gemaakt, de voet op een bepaalde plek meer ondersteuning krijgt. Soms moet dit consoliderend gebeuren. Dat wil zeggen om een bepaalde positie te behouden en zo achteruitgang tegen te gaan. Dit zijn consoliderende zolen.
Preventief
Soms zijn er (nog)
geen pijnklachten of functioneringsproblemen. Maar dan blijkt uit onderzoek dat deze waarschijnlijk wel zullen ontstaan. In dat geval worden wel eens preventief zolen gemaakt. Ook dan heeft een actieve corrigerende zool onze voorkeur. Dit zijn preventieve (corrigerende) zolen.
Protectief
Zolen kunnen ook beschermen. Bijvoorbeeld door het ontlasten van plekken waar druk of wrijving ontstaat. Zoals bij een pijnlijke wrat onder de voet of een overbelasting onder de voorvoet. Dit zijn dan protectieve zolen.
Zoolaanpassing
Een zoolaanpassing gebruiken we meestal in een sportschoen. Vaak is de afwijking zo klein, dat geen aparte zolen nodig zijn. Dan passen we de bestaande zool aan.
Een andere reden kan zijn dat een kind zolen heeft voor in de dagelijkse schoenen om de voetstand of het looppatroon te corrigeren. Sportschoenen zijn vaak wat ruimer dan de gewone schoenen en het materiaal van gewone zolen is vaak niet geschikt om (frequent) op te sporten. In dat geval maken we een corrigerende aanpassing op de binnenzool van de sportschoen. Zodoende is het niet nodig om een heel nieuw paar sportzolen te maken.
In veel typen sportschoenen (skeeler, schaats, skischoen) zit vaak al een voorgevormde binnenzool. Podotherapeutische zolen worden in principe op een vlakke ondergrond gemaakt. Wanneer je ze dan op een andere, soms ingebouwde, verhoging legt, klopt de werking van de zolen niet meer. Daarom is het beter om ook in dit geval de bestaande binnenzool aan te passen.
Zo’n aanpassing heeft minder invloed op de pasvorm van een schoen. En dat komt goed uit bij schoenen die toch al zeer nauw aansluiten, zoals voetbalschoenen, maar zeker ook turn- of balletschoenen.
Sportzolen
Voor sportende kinderen bestaan speciale sportzolen. Hard-verend, dik-dun, ruw-glad, stug-soepel, schok dempend-absorberend, thermoplastisch (door warmte vervormbaar), enzovoort. Welk materiaal het meest geschikt is, hangt af van de sport.
Hardere materialen kunnen de voet in een bepaalde positie dwingen, maar hebben een veel minder schok dempend vermogen. Zacht materiaal kan prettig aanvoelen, maar drukt in wanneer er te veel kracht op wordt uitgeoefend. Dan gaat de werking verloren. Sommige kinderen hebben speciale zolen in hun kunstschaatsen of ski’s. Er kunnen zelfs zolen worden gemaakt in turn- en balletschoentjes.
De kinderpodotherapeut weegt heel goed af of een bepaald materiaal het beoogde effect heeft. Daarom zijn in zolen vaak verschillende materialen verwerkt, met specifieke eigenschappen.
Zolen voor hielklachten (Morbus Sever)
Lars Fuit heeft een speciale zool ontworpen
voor hielklachten bij kinderen. Jarenlange praktijkervaring, wetenschappelijke literatuur en actieve betrokkenheid bij twee wetenschappelijke onderzoeken (Erasmus MC) waren de basis.
Het effect ervan is bewezen. Maar er zijn meer voordelen. De zolen kunnen snel en effectief individueel worden aangepast zodat het kind er direct mee de deur uit kan lopen.
Door de productie in eigen laboratorium, de unieke materiaal- combinaties en de efficiënte aanpak van het hielpijn-spreekuur zijn de kosten lager dan in het normale traject bij de podotherapeut het geval is. Ook is het niet nodig om na één of twee weken een nieuwe aparte afspraak te maken voor het afhalen van zolen. Dat is allemaal in het voordeel van ouders én zorgverzekeraars. Én – belangrijker nog – het kind! Want dát is sneller geholpen.
Een zool kan zowel invloed hebben op de manier waarop je staat als op de manier waarop je beweegt. Meestal is dat een combinatie van beide.