Groeien=groter worden
Groei en ontwikkeling zijn niet hetzelfde, maar gaan wel samen op. Groeien betekent simpelweg groter, langer worden. Dit gebeurt al vanaf de bevruchting, in de fase dat het klompje cellen steeds verdubbelt. Totdat de laatste groeischijven in het bekkengebied zich uiteindelijk sluiten. En dat gebeurt pas rond het 24e levensjaar (!).
Je ontwikkelen
Bij een kind dat zich ontwikkelt gebeurt veel meer dan groeien en groter worden. Dan vormen zich ook allerlei systemen, zoals het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel is natuurlijk in ieder van ons al in aanleg aanwezig. Maar de manier waarop het zich verder ontwikkelt, hangt af van onszelf én van onze omgeving.
Een baby tilt zijn handje op, alsof het een onderdeel is van zijn arm. Maar dan knijpt hij tussen duim en vingers, kan op een gegeven moment iets vastpakken. Na verloop van tijd kan hij steeds ingewikkeldere handelingen verrichten. Kan iets kleins oppakken, een potlood vasthouden, daarmee krassen, later tekenen. Zo ontwikkelen zijn spier- en zenuwstelsel zich, raken steeds meer op elkaar afgestemd. En krijgt een kind steeds meer controle over zijn bewegingen.
Over groeien en groeistuipen
Zoals gezegd groeien kinderen vanaf de conceptie. Maar ze
worden niet geleidelijk, in één rechte lijn, steeds een beetje groter. Verhoudingsgewijs groeit een baby in de buik van moeder het snelst. Ook in de eerste 3 jaren gaat het nog hard.
Daarna loopt het groeitempo terug. Meestal, maar niet altijd en niet in elke fase. Veel pubers bijvoorbeeld maken een groeistuip door: meisjes vaak rond hun 12e jaar, jongens rond hun 14de. Daarna blijven ze nog wel doorgroeien, maar niet meer in stuipen en minder snel.
Een kind is geen mini-volwassene. De verhoudingen zijn niet hetzelfde. Het hoofd van een baby is bijvoorbeeld veel groter, meet wel 25% van de totale lichaamslengte. Ter vergelijking: het hoofd van een volwassene bedraagt 12,5% van de totale lichaamslengte.
Dit geldt ook voor benen en voeten. Een kinderhiel is smaller dan de hiel van een volwassene. Ook de verhouding van de lengte van de voor- en achtervoet is anders.
Daarom hebben opgroeiende kinderen en jongeren andere schoenen nodig! Een jongen van 13 met maat 47 (ja, dat komt voor), kan moeilijk kinderschoenen vinden voor zijn grote voeten. Maar schoenen voor volwassenen zijn niet geschikt. Omdat de verhouding tussen de voor- en achtervoet van deze jongen nog anders is, zit het buigpunt van de schoen op de verkeerde plek. Ook zijn mannenschoenen qua stevigheid berekend op het gewicht van een (zwaardere) volwassene. Zo kunnen schoenen voor volwassenen bij jongeren onder andere voet- en knieklachten veroorzaken!
Nog een paar algemene ontwikkelingen
Met vallen en opstaan
Een lichaam dat groeit, verandert. Een kind dat zich ontwikkelt, verandert ook. Het kind kan steeds meer. Denk aan de baby die zich in zijn box optrekt aan de spijlen, op zijn billen valt, weer overeind krabbelt, opnieuw probeert te gaan staan, enzovoort. Het lukt hem om steeds langer overeind te blijven. Zet voorzichtig zijn eerste stapjes. Uiteindelijk is hij in staat om langs het hek van zijn box te lopen. Zo ontwikkelen we ons. Dat gaat, letterlijk, met vallen en opstaan.
Al doende leren we. In ons zenuwstelsel ontstaan steeds meer verbindingen. Zo kunnen we steeds meer. Een kind kan zich steeds beter aanpassen aan zijn omgeving. Kan zich daarin steeds beter bewegen. Ontwikkelt zijn fijne motoriek, zoals grijpen, en grove motoriek, zoals lopen en fietsen. Leert te praten, ontwikkelt zijn taalbegrip en kan zo steeds beter communiceren. Op die manier leert het zichzelf kennen. En wordt steeds zelfstandiger.
Lichaamsbouw
Jonge jongens en jonge meisjes verschillen in lichaamsbouw nog weinig van elkaar.
Wanneer de pubertijd dichterbij komt, worden de verschillen groter. Meisjes ontwikkelen zich gemiddeld eerder dan jongens. Jongens maken juist een latere, maar snellere, groei door. Gemiddeld worden mannen uiteindelijk langer dan vrouwen.
Ook de secondaire geslachtskenmerken ontwikkelen zich (o.a. borstvorming, schaamhaar, oksel- en gezichtsbeharing). Er zijn ook grotere fysieke veranderingen. Meisjes krijgen bijvoorbeeld bredere heupen en een lichte X-stand van de knieën (wat vanaf een jaar of 13 knieklachten kan veroorzaken). Jongens worden sterker, waardoor de spieren harder aan de botten trekken. Daardoor krijgen jongens, vaker dan meisjes, problemen aan de groeischijven aan bijvoorbeeld de hiel of bij de knie. Tot hun 24ste kunnen die problemen zelfs in de lies optreden.
Wat is ’normaal’?
De vorm en grootte van neuzen, oren, kinnen. De kleur van ogen en haren. Mensen verschillen van elkaar, ook in uiterlijk. En nee, dan gaat het níet om afwijkingen. Er bestaan gewoon talloze varianten. Heel normaal.
Dit geldt ook voor tenen, voeten en benen. En over een eventuele scheefstand. Maar in hoeverre is deze nog “normaal”? Wanneer kunnen daardoor problemen ontstaan?
Bestaat hierover twijfel? Het antwoord op deze vragen helpt om te onderzoeken of iets aan de hand is of kan zijn:
- Is er a-symmetrie (is er verschil tussen links en rechts)?
- Geeft het problemen?
Is er pijn?
Is het in een relatief korte periode ontstaan? - Is er achteruitgang?
Is het antwoord op een van deze vragen “ja”?
Maak dan een afspraak om te checken of alles in orde is.
“Je hebt hetzelfde loopje als je vader”
Het zit in de familie
Familieleden lijken vaak op elkaar. Ook bij familieleden van verschillende generaties zie je overeenkomsten in uiterlijk en houding. Helaas kan dit ook betekenen dat bepaalde voet- of houdingsklachten terugkomen in de familie. Bijvoorbeeld wanneer opa een nieuwe knie heeft en vader ook al knieklachten ontwikkelt. Als vader en opa een zelfde voettype hebben, kan een kind met eenzelfde lichaamsbouw en voettype óók een verhoogde kans hebben op het ontstaan van (knie)problemen.
Om die kans op toekomstige problemen te verkleinen, kan tijdig onderzoek nuttig zijn. Want preventieve maatregelen kunnen erger voorkomen.
Ook voor de vader met knieklachten bestaan mogelijkheden om pijn te verminderen en zo de kans op verdere schade te verkleinen. En tenslotte ook voor opa, om pijnklachten aan zijn andere knie te verminderen.
Hetzelfde kan gelden voor voet- en enkelklachten, klachten in de onder-en bovenbenen, heupen en/of rug. Twijfels? Een kinderpodotherapeutisch onderzoek kan meer duidelijkheid geven. Neem in dat geval dus contact met ons op!

Een kwestie van leeftijd
Sommige aandoeningen komen vooral rond een bepaalde leeftijd voor. Maar geen kind is hetzelfde, groeit, ontwikkelt zich op dezelfde manier. Dat betekent dat dezelfde aandoening bij kinderen op verschillende leeftijden kunnen optreden.
Wanneer deze bij kinderen van gemiddeld 6 jaar voorkomt, dan kan dat ook bij een kind van 4 jaar of ouder dan 6 jaar gebeuren. Groeischijven sluiten zich volgens een redelijk vast patroon: van voet tot bekken. Daarom ontstaan hielklachten rond de 10 jaar, bij de knie rond het 14e jaar en in het bekken pas bij jong volwassenen.
Maar ook bepaalde ziektes en aangeboren of erfelijke afwijkingen treden vaak rond een bepaalde leeftijd op. Een kinderpodotherapeut weet welke ontwikkelingen wel of niet normaal zijn. Kan je kind opeens dingen níet meer die hij eerder wél kon? Gaat hij plotseling, snel achteruit? Heeft hij pijn? In zulke gevallen is verder onderzoek dringend nodig!